'Droomkamers'

 

 

 

Een prinsessenkamer. Of een kamer waarin je wegdroomt met de mooiste
auto’s. Deze lessenserie motiveert kinderen om na te denken over hun
droomkamer. Hoe ziet de kamer eruit? Welke objecten staan erin? Welke
kleuren heeft de kamer? Elk kind maakt een eigen droomkamer en als
groep wordt er een droomhuis gebouwd!

Samenvatting van de lesseninhoud
Deze lessenserie over kleuren en vormen bestaat uit 7 lessen voor groep 1 en 2.
Allereerst maken kinderen via een filmpje kennis met beeldend kunstenaar
Julia Borsboom. Vervolgens gaan leerlingen creatief aan de slag met verf en materiaal dat door henzelf, ouders en leerkrachten is verzameld. Ieder kind maakt als
werkstuk een eigen droomkamer. De uiteindelijke werkstukken worden op elkaar gestapeld en geëxposeerd als ‘droomhuis’ of ‘droomhotel’.

Les 1: kennismaken > Kinderen nemen een kijkje in het atelier van beeldend kunstenaar Julia Borsboom. Vervolgens
beantwoorden ze vragen over de film. Julia vertelt wat de leerlingen gaan doen in de Droomkamer. Dit gebeurt via
verschillende stappen op het digibord. Tot slot krijgen ze een opdrachtfolder mee naar huis.

Les 2: kleur en kleurbetekenis > Leerlingen gaan in gesprek over kleur en kleurbetekenis. De leerkracht snijdt voor elk kind
een stuk blauw, groen, geel, oranje, rood en paars karton uit. Daarna stelt de leerkrachten vragen over kleur. Leerlingen
antwoorden op deze vragen door een gekleurd karton op te steken. Aan het einde van de les kiest elk kind een lievelingskleur.
Deze kleur wordt geplakt op een groot vel dat voor in de klas ligt. Samen wordt dit de LIEVELINGSKLEUR VAN DE KLAS.

Les 3: vormen > Leerlingen gaan in gesprek over vormen. Via het digibord krijgen leerlingen vragen over de 3 basisvormen:
rond, vierkant en driehoek.

Les 4: geschiedenis van kleur  > Leerlingen leren meer over de betekenis van kleur en vormen. Ze zien schilderijen van
kamers en een schilderij van Matisse en Van Gogh. ‘Kleuren zijn heel belangrijk. We zien kleuren iedere dag en overal.
Kijk maar eens om je heen. Eigenlijk heeft alles een kleur. Je kleren hebben een kleur, je haren hebben een kleur, de deur
heeft een kleur, de vloer heeft een kleur, je tafel heeft een kleur.’

Les 5: doos beschilderen > Leerlingen beschilderen de binnenkant van een doos met hun lievelingskleur of –kleuren.
Ze krijgen ook een opdracht mee: Neem spulletjes mee van huis die je in de DROOMKAMER wilt zetten of plakken.

Les 6: de droomkamer inrichten > Leerlingen richten hun droomkamer in. Alle verzamelde spulletjes, bijvoorbeeld foto’s, plaatjes, veren of kralen mogen
gebruikt worden.

Les 7: expositie > Alle droomkamers worden opgestapeld en omgetoverd tot een droomhuis. Elk kind vertelt bij voorkeur een klein verhaaltje
over zijn of haar droomkamer.

Doel van de lessen
Kinderen leren via deze lessenserie om kleuren en vormen te benoemen. Daarnaast leren ze ruimtelijk te denken en te werken. Ze zijn creatief bezig met het
bedenken van een plek waar ze zich fijn voelen en werken als groep naar een expositie toe.